BREVET VASTE VLEUGEL MODELLEN

Hier laten we de examen figuren zoals ze door de knvvl vast gesteld zijn nog even de revue passeren. De figuren moeten twee keer gevlogen worden. Het mag voor een derde keer als dit door de examinator gewenst is. De examinator zal de algehele handeling en de veiligheid zwaarder laten wegen dan een wel of niet perfect gelogen figuur. Alle figuren moeten tegen de windrichting in uitgevoerd worden. 

bron tekst knvvl

vakjargon

Voordat we beginnen leggen we nog even uit welke benaming een vliegrichting heeft. In dit geval gaat het circuit over links, maar ook rechtsom worden ze het zelfde benoemt. Na de start vliegen we links of rechtsaf deze richting heet croswind. Daarna vliegen we parallel terug aan het veld, dit noemen we downwind.  Hierna kunnen we aan het begin van het veld een bocht maken alvorens we de landing inzetten. Dit noemen we baseleg. We draaien hierna het toestel tegen de wind in om te gaan landen. Deze vliegrichting noemen we final.

Start

Voordat je gaat beginnen, kijk je op het veld of er geen personen lopen. Zodra alles veilig is roep je start. Omstanders kunnen nu de start visueel volgen. 

Het model moet met draaiende motor stilstaan of mag door een helper worden vastgehouden. De aanloop moet in rechte lijn zijn, evenals de daarop volgende stijgvlucht. In geval van een handstart mag het model zowel door de helper als door de vlieger worden gegooid.

Procedure – bocht

Het model vliegt minimaal 5 seconden langs de vlieglijn tot vrijwel recht voor de kandidaat, maakt een bocht van 90 graden van de vlieglijn af, beschrijft dan een
bocht van 270 graden tegengesteld aan de eerste bocht, waarna het weer in
rechtlijnige horizontale vlucht terugkeert langs de vlieglijn tot wederom recht voor de
kandidaat, naar het beginpunt op een koers tegengesteld aan die bij het begin van
de figuur

Twee loopings achterover

Het model komt langs de vlieglijn aanvliegen en maakt recht voor de vlieger
achtereenvolgens twee lussen (jetmodellen: één looping) achterover. Een lichte
duikvlucht om meer snelheid te verkrijgen is toegestaan. De figuur wordt beëindigd
op een koers die in het verlengde ligt van die bij aanvang.

Vlakke acht

Het model vliegt tot vrijwel voor de kandidaat, maakt een bocht van 90 graden van
de vlieglijn af, beschrijft dan een complete horizontale cirkel in de vliegrichting,
gevolgd door een cirkel in tegenovergestelde richting. De figuur wordt beëindigd op
een koers die in het verlengde ligt van die bij de aanvang.

Tolvlucht

Het model vliegt tot vrijwel voor de kandidaat, maakt een bocht van 90 graden van
de vlieglijn af, beschrijft dan een complete horizontale cirkel in de vliegrichting,
gevolgd door een cirkel in tegenovergestelde richting. De figuur wordt beëindigd op
een koers die in het verlengde ligt van die bij de aanvang.

Circuit met go-around

De kandidaat laat het model passeren tegen de wind in, langs de vlieglijn. Hij start
het circuit recht voor zich, gevlogen op constante hoogte. Aan het eind van
downwind of tijdens het baseleg wordt de hoogte verlaten en een landing ingezet.
Het mikpunt is daarbij het punt waarop bij een normale landing wordt gemikt.Vlak
voor de landing wordt volgas gegeven en het model vliegt langs de vlieglijn

Gesimuleerde noodlanding

Het model passeert de kandidaat in downwind positie. De kandidaat neemt het gas
volledig terug (stationair), zet de daling in en vliegt een route die het model in een
positie/hoogte/snelheid brengt van waaruit een veilige landing op het veld zou
kunnen worden gemaakt.Op ongeveer 2 m hoogte boven het landingspunt
aangekomen geeft de kandidaat weer volgas en maakt een klimvlucht langs de
vlieglijn naar circuithoogte.

Circuit met aansluitend de landing

Alvorens je de landingsprocedure inzet kijk je of het veld vrij is en roep je landing.  Omstanders kunnen nu de landing visueel volgen.

Het model passeert de kandidaat tegen de wind in, langs de vlieglijn. De kandidaat
start het circuit recht voor zich, en vliegt op constante hoogte. Aan het eind van
downwind of tijdens het baseleg wordt de hoogte verlaten en een landing ingezet.
Het model moet de grond raken binnen de landingscirkel en daarna gecontroleerd
uitrollen. (Voor zwevers geldt een doorlopende daalvlucht ipv horizontaal vliegen).

Voor je veiligheid en die van anderen waarschuw je altijd je mede piloten als je het veld betreed om bijvoorbeeld het toestel op te halen. Dit doe je door bijvoorbeeld , man op het veld te roepen. Maar dit kan natuurlijk met elke pronounce waarbij jij je comfortable voelt 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.